Huurovereenkomst

In een huurovereenkomst worden de afspraken tussen huurder en verhuurder vastgelegd. Huurovereenkomsten worden doorgaans gesloten ten aanzien van woonruimte of bedrijfsruimte. De bepalingen van de huurovereenkomst vloeien grotendeels voort uit de dwingendrechtelijke regels van het huurrecht (artikelen 7:232 tot en met 7:310 Burgerlijk Wetboek). Deze regels bepalen de rechten en plichten van beide partijen. Ten aanzien van onderwerpen die niet dwingendrechtelijk zijn vastgelegd staat het de huurder en de verhuurder vrij om zelf afspraken te maken. Bijvoorbeeld ten aanzien van de huurprijs, het gewenste gebruik, huurverhoging etc.

Gemaakte afspraken kunnen echter alsnog buiten toepassing worden gelaten indien zij naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (artikel 6:2 en 6:48 BW). Tevens kan een beroep op onvoorziene omstandigheden leiden tot aanpassing van de huurovereenkomst (artikel 6:258 BW). Het betreft dan een omstandigheid die huurder en verhuurder niet eerder hebben (kunnen) voorzien. Dit is enkel het geval indien de onvoorziene omstandigheid in de toekomst ligt.

Bij een huurovereenkomst kunnen ook algemene voorwaarden van toepassing zijn. Deze voorwaarden vloeien voort uit de algemene voorwaardenregeling (artikelen 6:231 tot en met 6:247 BW). Algemene voorwaarden bestaan uit bedingen van de huurder jegens de verhuurder en vice versa.

Op grond van de algemene voorwaardenregeling kunnen de voorwaarden ook beperkt worden. Een beding is bijvoorbeeld vernietigbaar indien deze onredelijk bezwarend is. Op de zogenaamde zwarte lijst kan men de bedingen vinden die door de wetgever als onredelijk bezwarend zijn aangemerkt (artikel 6:236 BW). Bedingen die als vermoedelijk onredelijk bezwarend worden geacht, zijn opgenomen in de grijze lijst (artikel 6:237 BW).

Beëindiging

Een huurovereenkomst kan veelal niet zonder meer beëindigd worden. Een huurovereenkomst eindigt enkel en alleen indien één van beide partijen de huurovereenkomst opzegt, de overeenkomst door de rechter ontbonden wordt of indien beëindiging plaatsvindt met wederzijds goedvinden. Hiernaast eindigt de huurovereenkomst van een bedrijfsruimte van rechtswege door het verstrijken van de huurtermijn.

Opzegging is de meeste gebruikelijke vorm van beëindiging. Aan de opzegging zit wel een aantal vormvoorschriften verbonden, die met name door de huurder strikt dienen te worden nageleefd. De verhuurder dient aan te geven wat heeft geleid tot de opzegging van de overeenkomst en de opzeggingsbrief moet per aangetekende post aan de huurder worden verzonden.

Staat u op het punt om een huurovereenkomst op te stellen of juist op te zeggen? Onze huurrecht advocaten kunnen zowel verhuurders als huurders uitstekend begeleiden en u een advies op maat geven.