Ontslagvergoeding

Wanneer een werkgever een werknemer ontslaat is het niet toegestaan om de werknemer, tenzij er sprake is van ontslag op staande voet, met lege handen naar huis te sturen. Aan de werknemer komt een ontslagvergoeding toe.

Indien de werkgever de werknemer wil ontslaan dient hij dit ontslag voorafgaand bij de rechter te toetsen. De rechter toetst dan of het ontslag niet onredelijk is. Voorheen werd er middels de kantonrechtersformule bepaald welke vergoeding een werknemer kreeg bij een (onterecht) ontslag. Aan de hand van deze formule bepaalde de kantonrechter de hoogte van de ontslagvergoeding. Hierbij werd tevens rekening gehouden met de omstandigheden van het geval.

De wetgever beoogde met de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) een nieuwe efficiëntere (en goedkopere) ontslagvergoedingsregeling vast te stellen. Sinds de inwerkingtreding van de Wwz geldt dan ook de transitievergoeding (artikel 7:673 BW).

De transitievergoeding is afhankelijk van het loon, de leeftijd en het aantal jaren van de dienstbetrekking. Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt niet enkel gekeken naar het loon, maar ook naar het vakantiegeld, de bonussen en de winstuitkeringen. Een andere graadmeter voor de transitievergoeding is de duur van de arbeidsverhouding. Na een (minimaal) dienstverband van twee jaar krijgt de werknemer een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Bij een dienstverband van 10 jaar of meer wordt een half maandsalaris per gewerkt jaar vergoed. De maximale transitievergoeding bedraagt € 75.000,- bruto.

De transitievergoeding is niet van toepassing bij een collectieve arbeidsovereenkomst waarin een afwijkende regeling is te vinden. De regels in de cao gaan voor.

Heeft u meer vragen over de nieuwe transitievergoeding of de Wwz? Neem gerust contact op. Onze arbeidsrecht advocaten zijn op de hoogte van de laatste wijzigingen en de relevante rechtspraak en literatuur. Zij staan u graag te woord om al uw vragen te beantwoorden.