Vaststellingsovereenkomst

In Boek 7, titel 15, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de regeling met betrekking tot de vaststellingsovereenkomst opgenomen. Een vaststellingsovereenkomst vindt haar toepassing bij de beëindiging van een arbeidscontract (artikel 7:900 e.v. BW). In de overeenkomst leggen de werkgever en de werknemer afspraken over  het ontslag vast. Het betreft een ontslag met wederzijds goedvinden.

Vanaf 1 juli 2015, door de nieuwe wet Werk en zekerheid, is een element aan de huidige wetgeving  toegevoegd. De werknemer heeft na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst twee weken de tijd om zich te bedenken. Indien de werkgever deze bedenktermijn niet vermeldt in de overeenkomst geldt een bedenktermijn van drie weken. Binnen de bedenktermijn kan de werknemer de ontbinding van de vaststellingsovereenkomst inroepen.

In de overeenkomst worden de persoonsgegevens van zowel de werknemer als werkgever opgenomen en de reden van het ontslag of de beëindiging van contract. Daarnaast is de overeenkomst voorzien van een ontslagdatum en indien van toepassing een ontslagvergoeding. Uit artikel 7:902 BW volgt dat het niet is toegestaan om bepalingen in de overeenkomst op te nemen die in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde.

Eenmaal een vaststellingsovereenkomst gesloten dan dient deze strikt nageleefd te worden. Partijen kunnen zelden afwijkend aan de vaststellingsovereenkomst handelen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 april 2010 (ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6977).

Staat u op het punt om een vaststellingsovereenkomst te sluiten? Het is dan verstandig om uzelf eerst van advies te voorzien en eventueel juridisch te laten begeleiden in dit traject. Onze arbeidsrecht juristen staan u graag bij en kunnen u helpen waar nodig. Neem gerust contact op.