Transitievergoeding

Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft een werknemer recht op een transitievergoeding indien de arbeidsovereenkomst ten minste 2 jaar heeft geduurd en door of vanwege de werkgever wordt beëindigd, artikel 7:673, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek. De transitievergoeding is enerzijds bedoeld als compensatie voor het ontslag en anderzijds om de overgang naar nieuw betaald werk te vergemakkelijken. Wordt de arbeidsovereenkomst echter op initiatief van de werknemer beëindigd, met wederzijds goedvinden of een vaststellingsovereenkomst dan heeft de werknemer geen recht op een transitievergoeding. De werkgever kan een werknemer in dit geval wel tegemoetkomen en vrijwillig een vergoeding aan de werknemer betalen. Hiertoe is een werkgever echter niet verplicht.

Hoogte transitievergoeding

De hoogte van de transitievergoeding wordt berekend aan de hand van het laatst verdiende maandsalaris van de werknemer. De vergoeding bedraagt conform artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek 1/6e maandsalaris per vol half dienstjaar. Heeft de overeenkomst langer geduurd dan 10 jaar (120 maanden), dan bedraagt de vergoeding na deze 10 jaar 1/4e maandsalaris per vol half dienstjaar. Ieder jaar wordt de maximale hoogte van de transitievergoeding vastgesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In 2019 bedraagt de maximale transitievergoeding € 81.000,- tenzij het jaarsalaris van de werknemer meer bedraagt dan dit bedrag. Dan ontvangt de werknemer ten hoogste één jaarsalaris.

Uitzonderingen op het recht op transitievergoeding

Op grond van artikel 7:673, lid 7, van het Burgerlijk Wetboek zijn er uitzonderingen op het recht op een transitievergoeding. Zo is een werkgever niet verplicht een transitievergoeding te betalen indien de werknemer nog geen achttien jaar is en de werknemer gemiddeld ten hoogste twaalf uur per week werkte. Ook heeft een werknemer waar van de arbeidsovereenkomst eindigt in verband met het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd geen recht op een transitie vergoeding. Tot slot vervalt het recht op een transitievergoeding indien het beëindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.

Nieuwe wetgeving Wet arbeidsmarkt in balans

Op 7 november 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel ‘Wet arbeidsmarkt in balans’ in de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel is na behandeling in de Tweede Kamer op 5 februari 2019 aangenomen. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel op 28 mei 2019 aangenomen. De Wet arbeidsmarkt in balans zal een aantal onderdelen met betrekking tot het ontslagrecht wijzigen waaronder ook de transitievergoeding. Het voorstel beoogt om werknemers al vanaf het eerste begin van de arbeidsovereenkomst recht te geven op een transitievergoeding in plaats van pas na twee jaar. De hoogte van de transitievergoeding zal dan ook anders berekend worden. De vergoeding zal dan nog maar 1/3e maandsalaris bedragen per gewerkt dienstjaar. De dienstjaren na verloop van tien jaar zullen niet meer zwaarder meewegen. Deze wetgeving zal naar verwachting op 1 januari 2020 in werking treden.

Mocht u naar aanleiding van het voorgaande vragen hebben, neem gerust contact met ons op. Wij staan u graag te woord.